Bibberen voor blokjes in de bocht

De discussie over ‘de krappe bocht’ loopt goed en iedereen kan natuurlijk blijven reageren. Nu het volgende discussiepunt dat de redactie aan de orde wil stellen door middel van een gedachtewisseling tussen Carel en Erik, of eigenlijk twee discussiepunten: 

Beste Erik, 

Dan nu een ander punt: het overschrijden van de lijnen. We zijn allemaal tegen de Dr. Bibber-regel, het verbod op het overschrijden van de lijnen op het rechte eind. Want je hindert er niemand mee (in het uitzonderlijke geval dat dat wèl gebeurt, zou er alsnog een straf kunnen volgen, na protest van de gehinderde rijder, en ter beoordeling van de scheidsrechter) en het levert geen tijdwinst op, want er wordt niks afgesneden. De vraag is dus nog steeds: wat is het nut van die regel? Wie is er mee gediend? Dat heeft nog geen enkele bobo me kunnen uitleggen, en dat alleen al vind ik een zwaktebod. 

Blijft over het overschrijden van de lijn(en) in de bochten. Dat mag, heb ik begrepen, bij het met hoge snelheid uitkomen van de binnenbocht, ‘mits de rijder de zichtbare intentie heeft weer zo snel mogelijk naar zijn eigen baan terug te gaan’. Klopt dat? Ook daar mag je natuurlijk de ander niet hinderen. En er is altijd het gevaar dat de rijder een blokje raakt – daarover later meer. Wat níet mag, is het overschrijden van de lijn in de bocht tussen binnen- en buitenbaan, bijvoorbeeld bij de start van de 5 of de 10 km. De rijder in de buitenbaan wil snelheid maken, hij maakt een tussenslag, en komt met zijn linkerschaats over de lijn. Hij zou dan theoretisch afsnijden, c.q. tijdwinst boeken. Ik schrijf met opzet ‘theoretisch’, want de praktische winst lijkt me te verwaarlozen. Maar goed, daar kan ik me nog iets bij voorstellen, daar zit een zekere logica achter. Wat ik in deze hele discussie nooit heb begrepen is waarom men niet (ooit) heeft geprobeerd een alternatief te vinden voor die blokjes.

Volgens mij zijn de blokjes gekomen met de komst van de kunstijsbanen. Bij temperaturen boven nul waren sneeuwranden niet meer mogelijk (ik vind dat nog steeds heel jammer, ook uit esthetisch oogpunt) en men zocht naar een manier om de banen te markeren. Dat werden dus de blokjes, variërend in grootte van halve tennisballen tot omgekeerde koffiebekers. En wij weten allemaal, dat daar in de loop der tijden heel veel rijders over zijn gevallen. Ze zijn er op gestapt, ze werden weggeschopt zodat de ander erover viel. Afschuwelijke valpartijen, vaak met ingrijpende gevolgen. Altijd als ik die blokjes naar alle kanten zie rondvliegen, als schijven in een sjoelbak, dan hou ik mijn hart vast. Daarom heb ik een idee.

Zou het niet mogelijk zijn om onder de lijnen van de bochten, onder het ijs, een ‘sensor-draad’ aan te brengen, die aangeeft wanneer een rijder met zijn schaats de lijn raakt of overschrijdt. Zodra dat gebeurt, wordt dat ergens geregistreerd. Iemand zou dat kunnen monitoren en bijhouden, en bij bijvoorbeeld de derde achtereenvolgende overschrijding van de lijn zou diskwalificatie kunnen volgen.Nogmaals – ik weet niet of dat technisch mogelijk is. Maar de voordelen lijken me duidelijk. Niemand hoeft zich nog druk te maken over blokjes, noch de rijders, noch de mensen er omheen. Ook de psychologische angst daarvoor valt weg. Het gaat alleen nog maar om de lijn zelf, want dat is immers het enige wat telt. Ik heb wel eens iemand horen zeggen: met een bepaalde snelheid, als je diep zit, dan zie je die lijn niet. Ik weet niet of dat waar is. Op het rechte eind lijkt het me niet zo’n probleem. En in de bocht is het denk ik anders. Als je snel een bocht door gaat, dan zit je vrijwel recht boven de lijn. De lijn speelt in de bocht een veel grotere rol, zou daar met meer kleur, meer contrast kunnen worden getrokken. Hoe dan ook, mij lijkt het idee om een alternatief voor de blokjes te zoeken op z’n minst de moeite waard. 

Wat vind jij? Carel.

 

Beste Carel, 

Je theorie over het ontstaan van de blokjes klopt. Vroeger liet je het wel uit je hoofd om door de sneeuwranden te rijden, dat leverde immers kans op vallen. In die zin veranderde dat niet met de blokjes. Opgemerkt moet worden dat de lijn van 400 m wordt uitgemeten op 50 cm van de lijnen af. De Dr. Bibber-regel (geen idee waarom die zo heet … maar goed) komt in zekere zin uit de atletiek. Daar loop je ook in banen, en wanneer je daar buiten gaat, word je gediskwalificeerd. Schaatsen doe je ook in banen, dus is het niet zo gek dat je ook bij het schaatsen binnen de lijnen moet blijven. Bovendien is het nu uitgesloten dat je de andere rijder hindert. Dat is het idee. Hopelijk kun je hier iets mee. 

Of de Dr. Bibber-regel een goede regel is, is een tweede. De discussie daarover laat ik graag over aan anderen. Dat geldt ook voor je idee om de blokjes in de bocht te vervangen door een soort ’sensordraad’ onder het ijs. 

Groetjes! Erik 

Jaap van der Spek
Over Jaap van der Spek 1010 Artikelen
Echte HCA-er, vanaf 1972 op de ijsbaan te vinden. Eerst als wedstrijdschaatser, daarna 12 jaar als redateur/opmaker van de Op Uw Plaatsen, 10 jaar als trainer op de ZA2 en al weer een behoorlijk poosje als website beheerder. In het dagelijks leven eigenaar van een softwarebedrijf, echtgenoot van Carla en vader van 2 kids, Lisa en Jasper.